Tell the world

“I want to urge you very strongly to travel as much as you can, and to evolve yourself as an internationalist. It’s as important a part of your education as a radical as the reading of any book.”

― Christopher Hitchens

Terwijl ik vlug nadenk of ik alles heb stap ik in de auto, dit keer alleen. Ik rijd vandaag van Bolivia naar Chili, alleen. Het zou een rit van zeven uur moeten worden en ik ben positief gestemd. Ik stop nog even om te tanken, pin een laatste keer de prachtige briefjes die ze Bolivianos noemen en rijd richting de grens. Nooit gedacht dat alleen al La Paz uitkomen een groot avontuur zou zijn. Ik denk tegenwoordig vaak als ik veel pech heb dat het vast ergens goed voor is en zo begint mijn reis: dit is vast ergens goed voor. Uren zit ik achter busjes, worden we omgeleid door de modder, staat er een enorme rij bij de Paeje en de vervelendste verrassing: de weg nadat ik de stad uit ben is niet verhard.

Dwars door Bolivia

Het grote voordeel van zo lang onderweg zijn is dat ik uren kan nadenken over alles wat er de afgelopen dagen gebeurd is. Ik schrijf in mijn hoofd, denk aan thuis en aan leuke gesprekken, en prijs mijzelf gelukkig met het uitzicht wat voor mij verschijnt. De hoge bergen van Bolivia doemen aan de horizon. Had ik al gezegd dat het hier prachtig is?

Veel tijd om na te denken

Na een uur of twee rijden begint de weg slechter te worden, ik houd mijn hart een beetje vast en denk niet teveel na over de eventuele gevolgen als ik hier alleen stil kom te staan; er is al een uur niemand voorbij gekomen. Mijn hoofd zit vol met gedachten, ga ik nou echt bloggen? Ik had altijd een enorme hekel aan dat woord. Vroeger was je nog journalist, nu ben je een blogger als je verhalen schrijft in opdracht. Ik heb nooit gestudeerd om te schrijven, het is iets wat zo is ontstaan. Ik heb de afgelopen dagen tijdens het wachten op de auto veel uren besteed op Facebook en Instagram. Ik zie moeders van kinderen hun merk maken en mijn hart breekt steeds een stukje meer. Ik vind er iets van, is het mijn plek om iets te zeggen? Heb ik niet beter geleerd, dat ieder oordeel iets zegt over jezelf? Toch kan ik deze nog niet linken. Ik zie een jonge baby zitten in een stoel, kleding wordt aangeprezen, zijn blik geanalyseerd en de onmisbare ‘check de link in Bio’ maakt het af. De keerzijde van mijn werk, want ik ben nu een social influencer. Ik verlang naar de likes van deze dames, die zelf hopen op een dag net zoveel volgers te hebben en of ik hun Facebookpagina ook wil liken? Ik weet het niet meer… Ik denk zelf, nu ik nog geen kinderen heb dat ik dat nooit zou doen. Ik vind het eén ding dat ik besluit mijn gevoelens online te smijten, maar iedere stap die je kindje zet, het samen naar de supermarkt, de ins en outs van je relatie: waarom gaat er zoveel online?

Ik las laatst een artikel over de redenen om het niet te doen.. Vooral je relatie.. Wat is er nog intiem? Ik denk ook veel aan mijn eigen tijdlijn en de ‘perfecte’ foto’s die ik deel. Eergisteren deelde ik nog een prachtige quote van Anthony Bourdain:

“Travel isn’t always pretty. It isn’t always comfortable. Sometimes it hurts, it even breaks your heart. But that’s okay. The journey changes you; it should change you. It leaves marks on your memory, on your consciousness, on your heart, and on your body. You take something with you. Hopefully, you leave something good behind.”

En hij heeft gelijk. Dit gaat niet over mensen die hun tijdlijn graag volgooien met de nieuwste blik van hun zoontje die al zo wijs lijkt te zijn. Dit gaat over de echtheid van dingen, de ontmoeting, maar vooral de reis.

Ik kreeg laatst een berichtje van een jonge vrouw, zelf coach en haar leven op orde, maar niet gelukkig: “Er mist iets.” Ze heeft de droom om te werken in Zuid Amerika, reizend met haar laptop net als ik, maar durft niet. Veel excuses volgden, over het mij lastig vallen en: “Je zit vast niet te wachten op deze vragen, maar ik las in jouw artikel, dat je zei: brutalen hebben de halve wereld.”

Iedereen zoekt erkenning

Mijn hart maakte een sprong. Een hoge sprong. Toen ik het schreef kon ik alleen voelen dit moet eruit, dit wil ik delen en nu durft een ander daardoor net iets meer. Ik beloof haar te bellen als ik tijd heb en ze is ontzettend dankbaar dat ik haar wil helpen: “Dat had ik niet durven dromen, duizendmaal dank, je bent echt heel aardig!” Meteen wil ik dit vertellen… De ‘kijk nou kijk nou’-bewijzer in mij wil dit trots van de daken schreeuwen: alsof er dingen op hun plek komen te vallen. Een maand geleden stuurde een oudere dame uit Nederland dat ze door een stukje in mijn verhaal ‘De kunst van het leven’ ook een keer tien dagen stil wilde zitten. Of ik haar wilde coachen, daar had ze ‘iets’ over gelezen… Dat is nu nog waarom ik schrijf. Dat is waarom ik mijn gevoelens durf te delen omdat ze niet langer zonder functie zijn: ik leer door en samen komt er iets mooiers uit. Ik verdien geen rooie rot cent. Ik bouw niet aan mijn toekomst zoals mijn leeftijdsgenoten, tenminste niet op die manier. Steeds vaker komt de vraag of ik niet ook zekerheid zou willen en steeds meer groeit mijn besef: die zekerheid zit in mij en dat pakt niemand mij ooit nog af.

Dat was altijd mijn drive

Toen ik 13 was begon ik met werken bij Ay Caramba, een Mexicaans restaurant waar ik vol trots fajitas flambeerde. Toen kon ik ook eindelijk kleding kopen bij die mooie winkels, en niet langer boos worden op mijn leven als mijn klas haar ‘kleedgeld’ weer ontvangen had. Mijn moeder zat in de bijstand met vier kinderen toen mijn vader vertrok en elk dubbeltje ging naar de overheid voor een ooit gemaakte schuld. Mijn houding werd al heel jong: ik doe het zelf wel… Mijn moeder dacht ook dat ik alles zelf wel kon en mijn vader was er nooit. Deze drijfveer is de meest krachtige geworden, waar ik vandaag de dag nog steeds op teer: ik laat het wel zien op een dag… Ik kan ook dit wel zelf.

De laatste jaren zeiden collega’s tegen wie ik op kijk: “Je bent zo inspirerend…” Ik dacht altijd maar: waarin dan?

De moed om kwetsbaar te zijn

Nu snap ik het. Het gaat er niet om wat ik doe, maar hoe. De moed om te zeggen kwetsbaar te zijn en het toch allemaal te doen. Ik werd geïnterviewd laatst door Suze en de zin ‘Ik ben net zo bang als jij maar ik doe het gewoon’ heeft voor veel mensen een klein verschil gemaakt. Mijn ego, die grote sprong van mijn hart likt zijn vingers. De vrijheid zit hem hier in dat ik niet langer vecht nor surrender; dat hele ‘kijk mij nou eens’-gevoel hoeft niet weg, maar ik laat me er ook niet meer door leiden. Daarin inspireer ik mijzelf, ik bekijk het lachend, schrijf erover, deel mijn blijdschap en kwetsbaarheid met de vrouwen die mij mailen en sta morgen precies hetzelfde op; alleen met extra vertrouwen, ook dit valt wel weer op zijn plek.

Koppie erbij tijdens deze lange rit

Kleine steentjes spatten tegen de auto en ik word door een hond aan de kant van de weg uit mijn gedachten gerukt. Al heel lang ben ik geen enkel ander wezen tegengekomen, wat doet die hond hier? Met gespitste oren staat hij aan de kant. Ik minder mijn snelheid en rijd voorbij. Ik kan niks doen en denk aan een discussie over moeder natuur op de yogaschool in Mexico. Sommige dingen moeten wij mensen ons niet mee bemoeien. Het duurt even voor ik de gedachte aan de hond weer kan laten gaan. De lucht wordt steeds donkerder en langzaam rijd ik verder de bergen in. Mijn maps.me geeft nog steeds aan op de juiste weg te zitten maar steeds meer bekruipt mij een onheilspellend gevoel. Als ik plotseling wordt opgeschrikt door mega heldere bliksem ben ik klaarwakker. Het flitst verder in de verte en langzaam begint het te regenen. Na drie weken rijden met Juan (weet je nog, onze 4×4) ben ik gewend aan het stuur, aan zijn wendbaarheid en weet ik precies wanneer ik moet vertrouwen. Soms maakt mijn stuur een beetje een trekkende beweging, alsof ik door mul zand rijd en ik weet dan dat het juist de kunst is om hem ietstjes te laten gaan. Zo gezegd zo gedaan, ik rijd vol vertrouwen en rustig door. Ik ben al uren onderweg nu en heb nog 4 uren en 35 minuten te gaan volgens mijn kaart. Ik heb het gevoel dat ik niks voorruit kom. Een wit zilveren bliksem straal maakt met volle kracht vlak voor mijn auto zijn weg naar beneden. Nog nooit eerder zag ik bliksem van zo dichtbij. Angst kan ik niet echt voelen, maar des te meer besef ik mij opnieuw hoe klein ik ben. Het gaat nog harder regenen en voorlopig is de weg er nog niet beter op. De auto heeft een off road stand en ik heb de 4×4 nog nooit hoeven gebruiken en een beetje crossen door de bossen vind ik echt wel heel erg leuk, maar het begint zwaarder te worden en ik vraag me af hoe lang deze weg nog zo is.

Uitzicht om van te dromen

Ook dit is vast ergens goed voor, toch? Als het stopt met regenen haal ik opgelucht adem, het is toch wel fijn als ze daarboven een klein beetje rekening met me houden want zoveel als ik ernaar uit keek om even alleen te zijn met mijn gedachten, zo klein voel ik me nu. De weg gaat verder de bergen in en scherpe bochten zonder reling vullen een nieuw heel uur. Wegen waar ik alleen ben met grote groepen lama’s, kuilen en rotsen, stijl omhoog of stijl omlaag; ik krijg nog een flink cadeau van Bolivia, avontuur in haar ongerepte natuur.

Een enorme bus komt op mij afrijden als ik snel inschat dat de weg nooit breed genoeg is voor ons tweeën… Ik kan niet veel kanten op met links beneden een laag riviertje en rechts grove stenen die stijl naar beneden een dal vormen. Ik verminder mijn vaart en zie de bus op een paar centimeter voorbij razen om me achter te laten in een dikke wolk met stof. Great, ik was net schoongewassen! Ik lach een beetje als een boer met kiespijn want de afgelopen uren waren gevuld met ‘net niet’ en lieten me steeds weer zien hoe kwetsbaar je je kunt voelen als je alleen bent met enkel natuur om je heen. Ik rijd door drie kleine dorpjes en wordt aangestaard door lokale vrouwen en een enkele man op zijn brommer die zwaait. Een stel steekt over met een groepje ezels en ze wandelen aan de andere kant de bergen weer in. Waar ben ik in godsnaam? Ik schaam me een beetje als ik denk aan mijn gedachten, over baby’s op Instagram en wat ik daarvan vind. De afgelopen maand was ik amper te vinden waar ik vroeger uren scrolde; het interesseert me niet meer zoveel. Toch?

Welkom terug in Chili

Als achter een heuvel een zilver grijs gebouwtje met een hek met grote vlaggen de grens van Chili verschijnt zit ik achter mijn stuur bijna te huilen van geluk. “Yes!” roep ik hard, we zijn er bijna! Ik stop aan de kant van de weg, pak mijn papieren en open mijn deur. Het is fris en ik sla snel mijn armen over elkaar. Ik moet ook heel nodig plassen en lach om het feit dat ik dat de afgelopen uren al vier keer in de bergen heb gedaan. Gelukkig was er maar een keer een cactus die mijn bil stak. De grote man achter het bureau kijkt op. “Olla!” roept hij en steekt zijn hand uit naar mijn papieren. Ik open de map en leg alles uit wat ik bij me heb. Hij neemt het in stilte in zich op en pakt een van de formulieren. In het Spaans mompelt hij dat ik geen stempel heb van Bolivia. “Big problem” zegt hij en schud zijn hoofd heen en weer. Ik knijp mijn benen tegen elkaar en blaas warme lucht in mijn handen. Een aantal minuten bladert hij wat, mompelt tegen mij dat ik een stempel nodig heb en gebaart me te wachten. Ik begin lichtelijk ongerust te raken en leg uit dat bij de grens bij Bolivia een officier enkel mijn naam heeft genoteerd. De jongen uit het Boliviaanse leger stond met een grote dikke jas aan mijn raam en wuifde mij weg toen ik mijn paspoort en auto papieren liet zien. “Nombre nombre” bleef hij zeggen. Ik gaf hem netjes mijn naam en keek hem in zijn donkerbruine ogen. Duidelijk verlegen keek hij weg. Hij knikte, klapte zijn boekje weer dicht en gebaarde naar zijn collega bij het hek dat alles in orde was. “Todo bien?” vraag ik verbaasd en hij knikt. “Ciao, hasta el luego”, zegt hij. Als ik wegrijd zie ik in mijn zijspiegel dat een grote groep ‘legermannen’ naar buiten komt en somehow voel ik mij opgelucht dat ik door mag. Niks aan de hand.

Heb ik de juiste documenten?

De man probeert mij uit te leggen dat mijn document nu open staat over Bolivia. Ik leg uit niet meer terug te gaan voorlopig. Hij gebaart me te wachten als hij gaat praten met zijn baas. Met mijn papieren loopt hij naar de overkant en sluit de deur achter zich. Een grote foto van XTC pillen trekt mijn aandacht. Alle soorten staan er tussen. Er hangen voorbeeld documenten, valse documenten en hoe deze eruit zien en ik besef me ineens hoe serieus dit allemaal is. De grenzen tot nu toe waren weinig probleem, maar Chili is strikt en ontwikkeld. Wild komt de man terug gebeend en ik knijp nog maar eens mijn benen bij elkaar. Ik vraag om een wc en de man zegt dat die er niet is. Ik blijk nog een ander formulier te missen en hij print het voor me uit. Alles moet ik opnieuw invullen en er zijn al bijna twintig minuten voorbij. “Oke” zegt de man, “nu moet je naar de immigratie met dit formulier en dan moet je weer terug komen.” Ik heb geluk, de dochter van de man achter dit bureau heet ook Sophia en hij is vrolijk gestemd. “Waar ga je heen”, vraagt hij? “Ah Hollanda, nice country. Ciao señorita.” Ik ren terug naar hokje nummer 1 aan de overkant en leg hoopvol mijn gestempelde papieren terug op zijn bureau. Hij schrijft wat dingen op, stempelt erop los en gebaart me mee te lopen. “Nu moet je naar de SAG”, zegt hij. “Daar.” Hij wijst naar een klein huisje in de hoek van het kleine stukje bewoonde wereld. Ik moet aankloppen en wild blaffend stuift er een hond op mij af. Een man doet de deur open en snauwt naar de hond te stoppen. Ik moet mee lopen naar weer een ander hokje waar de man alle lichten aan doet. Ik krijg een formulier met vragen over groente en fruit. Doodmoe pen ik opnieuw mijn naam en gegevens en inmiddels begint mijn lijf te laten weten niet zo blij te zijn; ik heb nog geen avondeten gehad het is buiten al donker en uren rijden over hobbelachtige wegen maken je een beetje’ drousy’, ik weet even geen ander woord. Aangekomen bij de vraag of ik verboden goederen bij mij heb vul ik snel ‘nee’ in. De man tikt op het formulier met zijn wijsvinger: “Weet je het zeker?” Mijn gedachten laat ik snel door de auto gaan, “Uhm, nee, eigenlijk niet.” We hebben natuurlijk nog allerlei boodschappen in de auto liggen van al die dagen dat Juan bij de garage heeft gestaan en tot het tikken van de man zijn vinger heb ik daar geen seconde meer bij stil gestaan. Ik stop met schrijven en zeg dat ik wel wat bij me heb. De man zegt dat ik strafbaar ben als ik niet eerlijk ben en neemt zijn werk ontzettend serieus.

Geen groenten over de grens

Het is voor mij zo onlogisch dat ik een aubergine en wat tomaten voor mijn pasta – die ik wilde koken als ik eenmaal in Chili zou zijn – niet mee mag nemen over de grens. Ik begin steeds meer weg te trekken en voel de tranen branden achter mijn ogen. De man schuift een nieuw formulier onder mijn neus en knikt: “Vul het maar opnieuw in.” Hij loopt weg. Eenmaal alleen kan ik mijn tranen niet meer bedwingen, maar hij komt alweer terug. Hij ziet dat ik huil en loopt opnieuw weg. Twee man sterk komen ze terug. Hij heeft de grote grensbaas gehaald, denk ik. Deze meneer spreekt Engels en vraagt wat er aan de hand is. Ik leg uit dat ik al uren achter het stuur zit, dat ik moe ben en verlang naar een stukje bewoonde wereld, dat ik moet plassen en ik het een beetje intimiderend vind allemaal. Vriendelijk legt hij me uit dat het te maken heeft met veel ziekten die verspreid worden door middel van groenten en fruit en het daarom zo belangrijk is. Ik leg uit dat ik geen stempel van Bolivia heb, dat zijn collega al in mijn auto heeft gekeken en dat ik dacht dat ik alle papieren wel had. Hij benadrukt dat ik veilig ben en me geen zorgen hoef te maken maar dat het dorp waar ik net doorheen ben gereden erg corrupt is. Ik denk terug aan het laatste dorp, ik was juist zo blij dat ik hier eventueel kon overnachten omdat het al donker werd. Het dorp voelde guur aan en er liepen een aantal mensen op straat maar het was vooral een grote groep leegstaande huizen, donkere weggetjes en hier en daar een hond. Ik heb meteen naar mijn instinct geluisterd en besloot ondanks mijn vele uren hier niet te gaan staan. “Het is gevaarlijk daar voor een vrouw alleen”, zegt hij. “Je hebt geluk gehad. Nu ben je veilig”, zegt hij nog een keer en dat moet je tegen een moe meisje die zich alleen voelt niet zeggen. Opnieuw rollen de tranen over mijn gezicht, ik ben niet bang, waarom maken ze me het wel? Vriendelijk legt hij me uit waarom dit allemaal nodig is en waarom ik nog een keer mijn auto moet laten zien. De verboden dingen worden afgepakt, een grote zak met aardappelen, mijn groenten voor vanavond en twee appels voor onderweg. De man loopt langs zijn baas met ‘de buit’ en mompelt iets wat ik niet kan verstaan. “Daarom is het zo belangrijk”, zegt hij nog een keer tegen mij. Nu moet je naar de politie. Ik schrik. Waarom? Hij drukt me een formulier in mijn handen en daarmee, met alle stempels die ik tot nu toe heb gehad, moet de politie bekijken of ik door mag gaan. Om de hoek van het kleine huisje staat een deur open waar licht brandt. Twee agenten zitten bij een kacheltje. Een man voor mij laat net zijn papieren zien en de agenten kijken op als ik binnenkom. Ik weet hoe ik eruit zie, ook dat ik ‘anders’ ben, en een vrouw alleen bij een verlaten grens overgang in Chili trekt aandacht, dat is iets wat ik helemaal begrijp. Soms trek ik het alleen niet meer, dan ben ik klaar met anders zijn, heb ik een diep verlangen om niet meer te reizen en voor eens en voor altijd naar huis te gaan. Soms denk ik ook dat ik een huis wil gaan kopen, mijn baby misschien wel op internet gaat en ik geld wil gaan sparen voor een ander bestaan.

Travel isn’t always beauty. It’s real and hard. It makes you meet the person you are destined to become and sometimes leaves you speechless.

Negen van de tien keer vind ik mijn avonturen te gek, maar soms zit er eentje tussen die mij net als jij gewoon laat schrikken, die maakt dat ik naar huis wil en innig verlang naar een badkamer voor mijzelf, een kast om mijn kleren in te hangen, mijn moeder die thee voor me zet en de luxe dat iedereen mij gewoon verstaat. Soms, heel soms ben ik er heel even klaar mee en vraag ik me af waarvoor ik dit allemaal doe.

Alleen in de bergen

De agent kijkt in mijn papieren. “Paspoort”, gebied hij en hij staart naar mijn foto. Hij kijkt op naar mij en knikt. Ik geloof dat ik mag gaan. De drie mannen staan nu samen op mij te wachten en nog een keer vraagt de man of alles goed met me gaat. “Je bent veilig”, zegt hij, “dit is Chili.” Goeie reis nog en doe voorzichtig. Opgelucht trap ik mijn gas in, na drie kwartier onrust ben ik blij dat ik weer rij. Ik besluit de eerstvolgende gelegenheid te stoppen, ik moet uitrusten. Gelukkig heeft mijn moeder geen Facebook, want als ze zou lezen dat ik nog helemaal door moest rijden over haarspeld bochten door de Chileense bergen, door een sneeuwstorm met wederom uren niemand om mij heen, om uiteindelijk mijn bestemming doodmoe te halen, zou ze niet blij zijn. Dat is gevaarlijk. Ik heb mijn remweg getest op de onverharde wegen met sneeuw, en die is lang, dat weet ik nu. De sneeuw daar hoog in de bergen was niet eens zo glad, maar de ijzige wind die de sneeuw opwaait, die vond ik eng. Het was net of het regende alleen kwam het niet uit de lucht. De kleine mini tornado’s voor je auto zijn hypnotiserend en ik heb hele stukken gereden op mijn grote licht.

Welterusten in Arica

Juan zou Juan (de camper he, zo hebben wij de camper genoemd) bniet zijn als hij mij niet veilig op mijn bestemming bracht. Om half een ’s nachts leg ik mijn hoofd op een kussen op een parkeerplaats in Arica om nog een keer in de camper te slapen. Geen idee waar ik ben… Het is lang geleden dat ik zo intens heb ervaren dat de andere kant van reizen je doet denken over wie wij zijn, maar vooral over wie we willen zijn. Mijn werk is een droom voor velen en het mooiste vind ik als mensen zeggen: Ik wou dat ik dat kon doen…” Dat kan! Maar bereid je voor op avonturen, op nachten bij grenzen, op tegenslag en pech en op de kracht van de onvoorspelbare moeder natuur.

Alles komt weer goed, altijd

Aan een ronde tafel in een hostel in Chili schrijf ik in een keer dit hele verhaal. Ik ben moe maar tevreden, ik heb het veilig gehaald en dat is wat telt. Ik staar naar de plank aan de muur. Spelkaarten, een Lonely Planet en wat andere boeken en er hangt een grote kaart wat er te doen is in de buurt. Er is verder niemand in de keuken en de fel gekleurde muren bergen zo te zien al jaren herinneringen van reizigers vol dromen die hier komen en gaan. Ik ben al lang op pad en voor het eerst voel ik echt dat ik naar huis wil. Toen ik vertrok vorig jaar zei ik tegen mijn naasten en geliefde; “Ik kom pas naar huis als ik het voel.” Na 9 maanden zoeken heb ik weer een nieuwe weg, zijn mijn doelen weer allemaal anders en heb ik een iets beter idee waar dat geluk toch schuilt. Ben ik tevreden met het alleen zijn, maar durf ik ook eerlijk te zeggen dat ik het samenzijn zo waardeer.

Ik zoek niet meer. Ik ben. Ik kom naar huis

“Het is niet alleen een reis naar allerlei mooie plekken geweest, maar vooral een reis naar binnen en die is mij veel meer waard dan zes jaar bij een firma op mijn cv.”

Het interview met Suze vind je hier

“Hannah is echt iemand die ik in mijn hart heb gesloten. Ik volg haar al een tijdje en via haar schrijf- en beeldwerk neemt ze je op een dromerige manier mee in haar wereld. Ze vertelt mooie en intense verhalen die je raken.”

  • WORDS: Hannah Sophia
  • PHOTOGRAPHY: Hannah Sophia
Tell the world
Tell the world
Tell the world
Tell the world
Tell the world
Tell the world
Tell the world
Tell the world
Tell the world
Skip to toolbar